Behnam: ”Het leven is een reis van ervaringen”

Stille wateren hebben diepe gronden.  Achter de vriendelijkheid en rust die Behnam uitstraalt leeft in de diepte een verhaal, pijnlijk maar hoopvol, van eenvoud en moed.  Iran was in oorlog met Irak. Behnam was 22 en dienstplichtig en werd dus opgeroepen om naar het front te gaan. Hij weigerde: ‘Het was doden of gedood worden. Ik was tegen de oorlog en het regime.” Als desserteur en landverrader volgt in Iran de doodstraf. Zijn leven was in gevaar.

Lopend naar Pakistan

”Ik moest weg uit Iran. Ik heb 2 jaar ondergronds moeten leven wachtend op valse papieren om te emigreren naar Pakistan. Met een Afghaanse identiteit kon ik de grens over, lopend naar Pakistan”, vertelt Behnam als de dag van gisteren. ”Onderweg ben ik door het Pakistaanse leger opgepakt: zij konden wel zien dat ik geen Afghaan was, ik sprak de taal niet.” Midden in de nacht hadden ze de bussen gestopt. ”Hoewel ik heel bang was, gaf  ik mezelf over, in de handen van…” Later komt hij hier op terug ‘ iéts dat boven je uitsteekt, een verbondenheid dat de dingen gebeuren zoals ze moeten zijn.’  Hij werd naar een kleine dorpsgevangenis overgebracht ver van de Iraanse grens: ”We, de gevangenen, werden aan elkaar gekluisterd met kettingen tussen de voeten, zo moesten we slapen en plassen. Middeleeuwse toestanden.”Als ik vraag  of hij de moed nooit opgaf dan wijst Behnam met zijn hand in het wilde weg: ”Ik moest ergens naar toe, ver weg. Ik wist dat ik uit Iran weg moest. Ondanks alles wat ik had meegemaakt in Iran, op weg naar Pakistan, de toestand  in de gevangenis, voelde ik me ergens met de kosmos verbonden. ‘Iets’ haalde me daar weg. Er moest méér in het leven zijn dan wat er in Iran gezegd wordt en hoe daar geleefd wordt! En dat moest ik zoeken.” Uiteindelijk werd Behnam naar een gevangenis in de Pakistaanse hoofdstad gebracht waar nog vele ander Iraanse vluchtelingen zaten. Daar had de Verenigde Naties toegang om hen te helpen. “Uiteindelijk moet je weer wachten vooraleer een land je uitnodigt om je als vluchteling op te nemen.” Ondertussen  hield hij in Karachi contact met zijn familieleden, telefonisch en via briefwisseling. In Karachi leefde Behnam met andere vluchtelingen op een paar vierkante meter, zonder televisie, zonder koelkast, bloedheet in de zomer. Drie jaar lang heeft het geduurd vooraleer hij kon uitwijken: ”Je moet goedgekeurd worden door de VN om, met een vluchtelingestatus, te kunnen uitwijken naar een Westers land. Van de dertig werden er twee uitgekozen. Eén daarvan was ik.”

Hier zijn we thuis

Behnam: ‘Na een tijdje met een groep Iraniërs samen geleefd te hebben in Zoetermeer kreeg ik een huisje aangeboden. Plots kom je helemaal alleen te staan. Dan moet je het zelf zien uit te zoeken zonder familie. Er is zoveel vrijheid hier. Ik kon alle kanten op en dat was ik niet gewoon. Dat was teveel voor mij. Plots zoveel mogelijkheden. Ik wist niet waar ik moest beginnen. Dat duurt een paar jaar vooraleer alles zijn plek krijgt, vooraleer je de weg vindt. Eigenlijk moest ik alles opnieuw leren.

Zijn jullie eigenlijk religieus Moslim?

Behnam: ‘Neen, de Islam was nooit iets voor mij! Ik werd in Iran zeer Westers opgevoed. Mijn vader werkte voor Amerikanen. Eigenlijk ben ik hier nog nooit een moskee binnen geweest. Als ik wil bidden dan ga ik naar de kerk, niet naar een moskee.’ Nasrin: ‘Veel mensen in Iran zijn Moslim niet uit vrije wil, het is geen keuze. Het moet! Anders wordt je vervolgd.’ Behnam: ‘De boodschap van vele religies is goed doen voor anderen, voor je medemens, vrede. Maar daarvoor hoef je niet lid te zijn van een religie, waar je elke dag 5 keer voor moet bidden. ‘Een goed mens zijn’ zijn de dingen die je doet van dag tot dag, proberen het goede te doen, goede intenties. Daarvoor hoef je niet over religieuze wetten te discussieren en zeker niet over wetten en regels die honderden jaren geleden zijn gemaakt!’ beklemtoont hij.

 Behnam is enkel jaren geleden in Teheran getrouwd met zijn vrouw Nasrin. Dat was ook de eerste keer sinds 20 jaar,   sinds hij gevlucht was, dat hij in Iran zijn familieleden weer zag. Zijn vader was een oude man geworden, zijn klein zusje een volwassen vrouw: ‘ Het weerzien was zo ontroerend en emotioneel, maar ook een shock.’  Hoewel ze hun familie missen, willen beiden nooit meer terug naar hun thuisland. Met een gevoel van machteloosheid vertelt Behnam dat het een risico blijft, te gevaarlijk en instabiel. Met moeite kon hij het land weer uit. Zijn straf van 20 jaar geleden stond nog steeds open, welke hij met man en macht heeft moeten afkopen: ‘Alles wat je opbouwt kan daar als een kaartenhuisje plots ineenstorten.’ Dan legt hij uit : ‘Hier in Nederland kan je een leven opbouwen, constructief, en een bijdrage leveren aan de samenleving met je werk en bewustzijn. Voor veel mensen hier ligt dat voor de hand, maar in vele landen zoals in Iran is dat niet zo. Daar zijn mensen aan hun vijftigste moe van alles wat ze meegemaakt hebben, moe van de ellende. Wat er gebeurt met je kinderen weet je niet, dat je kind een positief mens zal en kán worden is niet evident. Zoveel factoren halen daar een mens onderuit. Maar nu is er wat aan het gebeuren. Ook Iran is in beweging. Mensen, studenten, durven te spreken, hoewel daar nog verschrikkelijke consequenties aan verbonden zijn. En dat doet pijn, want het is je volk. Maar dat mensen durven spreken is het begin van iets positief, hoe klein dat ook mag zijn.

Nasrin en ik mogen van geluk spreken, dat we hier kunnen wonen. Hier wonen geeft ons genoeg, in een positieve energie. Hier zijn we thuis. Uiteindelijk gaat het om voldoening in je dagelijkse leven, soms enkele minuutjes, soms is zelfs dat genoeg. Sommigen zijn zo intens op zoek en vergeten ‘hier’ te zijn temidden van de alledaagse eenvoudige realiteit. Doen wat je moet doen los van verwachtingen. Het leven is een reis van ervaringen, om sterker te worden.’

 

Katrien Van den Berghe

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

4 × vijf =